
Ngo’s die de milieu-impact van hun activiteiten - zowel in Noord als Zuid - vorm willen geven, hebben nood aan een consequente methode om die milieu-impact te evalueren. Organisaties getuigden en wisselden ervaringen uit over de ontwikkeling en het gebruik van zo’n evaluatiemethode. Ook de vereisten waaraan ngo-programma’s volgens DGOS moeten voldoen in verband met het transversale thema milieu kwamen aan bod. Terwijl de praktijkvoorbeelden inspiratie gaven, gaven ze ook aanleiding tot debat.
Het volledig verslag van de studiemiddag vind je hier.
Brigitte Gloire van Oxfam Solidariteit vertelde o.m. over het evaluatieproces van de ecologische voetafdruk van hun hoofdzetel in Brussel. Dit bleek arbeidsintensief, maar leverde ook verrassende resultaten op. Ook de zuidwerking werd doorgelicht, al leerde de ervaring dat dit een sterk aangepaste evaluatiemethode vraagt.
Presentatie Brigitte Gloire - Tool Oxfam Solidariteit
Bijlage presentatie Brigitte Gloire - Voorbeeld matrix indirecte milieueffecten
Bijlage presentatie Brigitte Gloire - Voorbeeld checklist federale overheid
Bernard Mazijn ontwikkelde een evaluatiemethode om de indirecte milieueffecten van de zuidprogramma’s van Vredeseilanden in kaart te brengen. Dit nam de vorm aan van een compacte en gebruiksvriendelijke screening tool die door de actoren op het terrein moet worden ingevuld. De tool is toegespitst op de kernactiviteit van Vredeseilanden, zijnde duurzame landbouw, en onderzoekt de milieu-impact van de volledige productieketen (van producent tot consument) waarbinnen de door Vredeseilanden gesteunde landbouwactiviteiten zich situeren.
Presentatie Bernard Mazijn - Tool Vredeseilanden
Jean Hugé en Tom Waas (VUB) stelden de toolkit (in opbouw!) van KLIMOS voor. Deze environmental sustainability toolkit (EST) wordt in eerste instantie ontwikkeld voor de officiële ontwikkelingssamenwerking (DGOS) maar zou op termijn ook door NGO’s gebruikt kunnen worden. De toolkit tracht de integratie van duurzaamheid (in de ruime zin) in ontwikkelingssamenwerking te ondersteunen.
Presentatie Jean Hugé en Tom Waas - Tool KLIMOS
Johan Cottenie (Coprogram) besprak op welke manier het aspect milieu in de NGO-dossiers door DGOS wordt geëvalueerd en aan welke vereisten voldaan moet zijn om subsidies te bekomen. Hij benadrukte ook dat NGO’s de voorgestelde evaluatieschema’s, dat van DGOS incluis, in de eerste plaats moeten gebruiken om de eigen pratijk op vlak van milieu-impact te verbeteren, en dus niet alleen om subsidies veilig te stellen.
Presentatie Johan Cottenie - Tool DGOS
Bijlage presentatie Johan Cottenie - Wet Belgische Internationale Samenwerking 1999
Bijlage presentatie Johan Cottenie - DGOS Voorstellingsschema NGO-programma
Tijdens het debat werd er onder meer op gewezen dat de diversiteit in de NGO-sector zich logischerwijze ook zal vertalen in het ontstaan van uiteenlopende evaluatie-instrumenten, en dat dit moeilijk strookt met de uniforme aanpak die DGOS oplegt. Daarnaast werd gereflecteerd over de consequenties die de resultaten van een milieu-impactanalys kunnen of zouden moeten hebben bij het uittekenen van de toekomstige activiteiten van een ontwikkelingsorganisatie.



